donderdag 4 november 2010

Oratie Martine Coene: Auris ipsa loquitur

Stimulus en taalaanleg in de taalontwikkeling van dove kinderen


Al eeuwenlang is de mens geboeid door de vraag wat er nu precies nodig is opdat een kind tot een normale taalontwikkeling zou komen. De geschiedenis heeft een aantal anekdotes over gruwelijke experimenten waarbij kinderen jarenlang zonder gesproken taalinput opgroeien. Men dacht zo de mogelijke aangeboren voortbeschiktheid voor taal en de rol van gesproken taalinput in het taalontwikkelingsproces te kunnen vastleggen.
Doorsnede van het oor met cochleair implantaat
Gelukkig zijn we ondertussen zo ver dat we niet langer kinderen in afzondering doen opgroeien om het mysterie van de taalontwikkeling te ontsluieren. Vandaag de dag wordt 2% van alle baby’s geboren met een zwaar bilateraal gehoorverlies. In tegenstelling tot de kinderen in de eerder genoemde experimenten, groeien zij gelukkig niet op in een sociaal isolement. Dankzij de medische en technologische vooruitgang van de laatste decennia kunnen veel van deze kinderen op een verschillende leeftijd toegang krijgen tot gesproken taal dankzij een cochleair implantaat. Dit maakt het mogelijk om niet alleen de aard van het menselijk taalvermogen en de rol van het kritische venster hierin te bestuderen, maar ook wat de invloed van taalstimuli is op de ontwikkeling van dit vermogen. Analyse van spontane taaldata van deze kinderen toont aan dat kinderen die geïmplanteerd worden vóór de leeftijd van 16 maanden de grootste kans maken op een normale taalontwikkeling: zij hebben een kleinere initiële achterstand en maken zich het taalsysteem sneller eigen dan kinderen die later werden geïmplanteerd. Hierdoor lopen ze die kleine taalachterstand zelfs gedeeltelijk in.
 
Dat taal en gehoor onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, wordt duidelijk wanneer men ook de kwaliteit van de spraakstimuli meeneemt als factor in het taalontwikkelingsproces. Het is bekend dat gehoorgestoorden in het bijzonder problemen hebben met de perceptie van spraak in rumoerige omstandigheden. Of dit perceptueel deficiet een belangrijke invloed heeft op de verwerving van grammatica bij deze kinderen is één van de fascinerende vragen waar ik op 12 november (om 15.45 uur) nader wil op ingaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen