dinsdag 13 juli 2010

Wisselcolumn 3: Nederland in het WK en een allochtoon.

Door: Olga Steenhoek
Het waren toch bijzondere weken: wedstrijd na wedstrijd werd Nederland steeds meer oranje. Regelmatig hoorde ik mensen praten over de stand in hun WK-poules op het werk, met vrienden, in het koor, met de buren… Zelfs mensen die anders nauwelijks naar voetbal kijken. En niet alleen Nederlanders werden steeds blijer voor het Oranje-team. Als allochtoon ervaar ik vaak een extra laag bij zulke momenten: voor welk team ben ik eigenlijk en hoe blij of teleurgesteld ben ik met prestaties van de Nederlandse sporters? Gelukkig (er is altijd een positieve kant te vinden) hoef ik niet vaak te kiezen tussen Belarus en Nederland met sport…

Wat ik inmiddels wel weet -ook al word ik nooit een echte Nederlander- is dat ik oprecht blijdschap voelde toen Nederland in de finale kwam en pijn voelde toen ze hem verloren. Maar blijkbaar hebben zulke gevoelens niet alles met je afkomst te maken. Niet overal zijn er WK-poules, niet iedere Nederlander voelt iets bij het winnen of verliezen van zijn eigen team, en niet iedereen bespreekt zijn belevenis van het WK in de koffiepauze of tijdens de lunch. Dat hoeft natuurlijk ook niet. Er zijn genoeg andere zaken om je druk over te maken. Maar één ding is zeker: over vier jaar ga ik weer kijken, met mijn oranje shirt, rood-wit-blauw op mijn wangen en alle emoties die er dan opkomen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen