zaterdag 24 oktober 2009

Nieuw boek: Health communication in Southern Africa

Onlangs is een nieuw boek verschenen over gezondheidscommunicatie in Zuidelijk Afrika, onder redactie van (onder meer) onze nieuwe UHD taal & communicatie Luuk Lagerwerf: Health Communication in Southern Africa. Engaging with social and cultural diversity.

Wordt gezond gedrag met Zambiaanse respondenten op dezelfde manier voorspeld als met Tanzaniaanse? Hoe werken sociale netwerken bij het verspreiden van gezondheidsinformatie in kleine Namibische dorpen? Hebben Zuid-Afrikaanse massamedia dezelfde publiekseffecten als de Westerse massamedia? Bevatten bijsluiters van medicijnen geschikte informatie en instructie voor mensen die Xhosa als eerste taal hebben, of niet kunnen lezen?

In dit boek wordt onderzoek naar gezondheidscommunicatie, in het bijzonder HIV/AIDS communicatie, in zuidelijk Afrika gepresenteerd. Het boek biedt een overzicht vanuit verschillende wetenschappelijke perspectieven, waardoor uiteenlopende onderzoeksterreinen samengebracht worden, zoals persuasieve communicatie, netwerkanalyse, interpersoonlijke communicatie, massacommunicatie, conversatieanalyse en tekstontwerp.

Deze onderzoeken, alle gebaseerd op onderzoek uitgevoerd in zuidelijk Afrika, tonen de complexiteit van sociale en culturele factoren die gezondheidscommunicatie in belangrijke mate bepalen. Zowel erkende als veelbelovende wetenschappers uit de Verenigde Staten, Europa, en Zuid-Afrika trachten antwoorden te geven op complexe vragen van gezondheidscommunicatie in sociaal en cultureel diverse samenlevingen in zuidelijk Afrika. Dit overzicht is van groot belang voor studenten, onderzoekers, en professionals in gezondheidsvoorlichting en –onderzoek.

Lagerwerf, Luuk, Herman Wasserman, en Henk Boer (eds.) (2009). Health communication in Southern Africa. Engaging with social and cultural diversity. SAVUSA serie 11. Amsterdam: Rozenberg Publishers; Pretoria: UNISA Press. 300 pagina’s, € 28,50.

Nel de Jong: Nieuwe UD bij Taalwetenschap


Sinds 1 oktober ben ik het team van de opleiding Taalwetenschap komen versterken als universitair docent.

Voordat ik op de VU kwam werken heb ik hier zelf de opleiding Toegepaste Taalwetenschap gedaan. Nadat ik in 2005 op de Universiteit van Amsterdam gepromoveerd was met mijn proefschrift Learning second-language grammar by listening (promotor: Prof. J.H. Hulstijn), ben ik twee jaar post-doc geweest bij het Pittsburgh Science of Learning Center, een samenwerkingsverband tussen de University of Pittsburgh en Carnegie Mellon University. De afgelopen twee jaar was ik Assistant Professor op Queens College, onderdeel van de City University of New York.

Mijn onderzoek richt zich op de vraag hoe volwassenen een tweede taal leren (bijvoorbeeld Nederlands als Tweede Taal, ook wel NT2 genoemd) en hoe zo’n tweede taal het beste onderwezen kan worden. Hierbij bestudeer ik met name hoe bepaalde onderwijsmethoden veranderingen teweeg brengen in kennis en processen en dan vooral met betrekking tot vocabulaire, grammatica en spreekvaardigheid. Mijn onderzoeksvragen zijn voornamelijk afkomstig uit de toegepaste taalwetenschap en psycholinguïstiek. Momenteel werk ik aan een twee-jarig onderzoeksproject gefinancierd door het Pittsburgh Science of Learning Center. Daarin onderzoeken we het effect van tijdsdruk op de ontwikkeling van mondelinge vloeiendheid in tweede-taalleerders.

woensdag 16 september 2009

CIW-student genomineerd voor scriptieprijs

VU-student Eelco Snip is met zijn afstudeerscriptie "Politieke headlines: clicken of skippen?'' genomineerd voor de Taalunie Scriptieprijs. De scriptieprijs van de Nederlandse Taalunie is bedoeld om studenten in Nederland en Vlaanderen te stimuleren een 'schitterende afstudeerscriptie te schrijven'.

Onder begeleiding van Margreet Onrust en Hennie van der Vliet onderzocht de student Communicatie- en Informatiewetenschappen het verband tussen de taalkundige eigenschappen van politieke headlines en het clickgedrag van online lezers op NU.nl.
Dankzij een stage bij Publistat Mediaonderzoek kreeg hij voor zijn analyse toegang tot alle statistische gegevens van de populaire nieuwssite. Zo kon hij zijn inhoudelijke en semantische analyses van de headlines combineren met gegevens van het aantal 'pageviews' van alle afzonderlijke nieuwsberichten. Eelco concludeert dat politieke headlines met
- affectieve werkwoorden (bijvoorbeeld: 'hekelen' of 'vrezen')
- of bijvoeglijke naamwoorden die een emotie van een politicus uitdrukken (bijvoorbeeld: 'woedend'), bij lezers van NU.nl. de meeste interesse opwekken.

De bevindingen van Eelco, die momenteel werkzaam is als analist bij Publistat Mediaonderzoek, hebben veel aandacht gehad in diverse on-line media, o.a in de Volkskrant, de Nieuwe Reporter en MediaNed. Eelco: "Dat media schrijven over je scriptieonderzoek is natuurlijk ontzettend leuk. Hoewel ik met de analyse van headlines het dagelijkse werk van journalisten heb onderzocht, had ik deze aandacht in eerste instantie niet verwacht. Aardig om te zien is dat de Volkskrant een analyseresultaat direct toepaste in de kop ´Woedende Wilders beste internetkop´. De internetredactie berichtte mij dat het artikel over mijn scriptieonderzoek met enthousiasme werd aangeklikt, een interessant bewijs voor de stelling dat emotie scoort."

De prijsuitreiking vindt plaats op 8 januari 2010.

maandag 14 september 2009

Proefschrift van Wyke Stommel

Onlangs is de handelseditie verschenen van het proefschrift met de titel "Entering an online support group on eating disorders. A discourse analysis". Online Support Groups worden over het algemeen gezien als een belangrijke aanvulling op traditionele gezondheidszorg, dus het is van groot belang dat veel mensen ze weten te vinden en lid worden. Er is echter nog weinig bekend over hoe nieuwe leden tot zo'n groep toetreden.

Het boek is gebaseerd op een microanalyse van een online support group over eetstoornissen, specifiek van de communicatie via tekstberichten tussen nieuwe en bestaande leden en van de nicknames. Door middel van een ethnomethodologische en conversatieanalytische benadering laat de studie zien dat de leden de groep als een gemeenschap behandelen waarin hun ziekte als identiteit van groot belang is. De leden construeren gemeenschapsnormen met betrekking tot legitimiteit voor nieuwkomers; zij worden verwacht om toe te geven dat ze ziek zijn, wat lastig is voor mensen die (nog) niet inzien hun eetprobleem een ziekte is. Dit inzicht ligt zo mogelijk nog gevoeliger voor mensen die neigen tot pro-ana, d.w.z. het verheerlijken van de eetstoornis. De onzekerheid en angst van nieuwkomers zou wellicht verminderd kunnen worden als er een speciaal subforum ingericht zou worden waarin nieuwkomers langzaam tot het inzicht kunnen komen dat ze ziek zijn, zonder dat ze andere leden met "ziekte-ontkennende" gedachten storen.

Het proefschrift is verschenen in de serie Utrecht Studies in Language and Communication.



vrijdag 11 september 2009

Ruth Dekker-Wester: nieuwe promovenda

Dag iedereen,

Sinds 1 september werk ik als promovendus binnen het project “The Awyu-Dumut family of Papuan languages in its historical and linguistic context” samen met prof. dr. Lourens de Vries en postdoc dr. Wilco van den Heuvel. Binnen dit project onderzoek ik enerzijds de grote linguïstische diversiteit binnen de Awyu-Dumut taalfamilie, en anderzijds houd ik mij bezig met de geschiedenis van deze taalfamilie door het reconstrueren van de proto-morfologie. Zo krijgen we zicht op hoe de talen en de Awyu-Dumut familie aan elkaar verwant zijn en hoe zij zich hebben ontwikkeld.

De Awyu-Dumut talen worden gesproken door ongeveer 35,000 mensen in de Digul River Basin in Papoea, Indonesië, evenals in centraal en zuid Nieuw Guinea. Er zijn zes talen waarvan bekend is dat zij tot deze familie behoren en nog enkele omliggende talen waarvan nog niet duidelijk is of ze ook Awyu-Dumut zijn. Ook deze zogenaamde ‘isolates’ zullen in het onderzoek betrokken worden.

Voordat ik promovendus mocht worden heb ik taalwetenschap gestudeerd in Utrecht (bachelor), aan de VU (master taalwetenschap/bijbelvertalen) en aan de Radboud Universiteit (master taalwetenschap). Na mijn studie heb ik een jaar gewerkt bij De Taalstudio (http://www.taalstudio.nl/) maar ben nu teruggekeerd naar de universiteit, wat prima bevalt!

donderdag 10 september 2009

Monique Lamers: nieuwe postdoc


Hi, I am Monique Lamers. I am a psycholinguist. Following the psycholinguistic tradition, my research focuses on language as a product and the so-called human-language faculty. From the beginning of my studies as an undergraduate in Speech and Language Pathology have been interested in how language is organised in the brain. I am especially fascinated by our capability to produce and understand sentences and larger pieces of text we have never heard before, a phenomenon that is often referred to as one of the major puzzles of our communicative system. I couldn't resist the challenge to try to solve at least a small part of this puzzle.

In several projects I have been investigating the production and comprehension of case, animacy, and word order in argument structure using different research methods (e.g., corpus studies, reaction times, ERPs and eye tracking). Although the puzzle of how we are able to produce and understand an infinite number of different sentences is far from solved, the focus of my research changed over the years from single sentences to larger text fragments.

In my current research project “In search of the referent” I try to disentangle the complex dynamic mechanisms that are involved in discourse comprehension (… as if sentence comprehension is not complex enough). The project focuses on the resolution of anaphoric expressions (i.e., anaphoric noun phrases such as the man, the book, the purchase) in different types of texts, including hypertext. Following the eye movements and fixation durations of native speakers of Dutch with high and low working memory while reading different types of texts will tell us whether different reading strategies interact with individual differences, as well as which factors facilitate or disrupt the comprehension process.

vrijdag 4 september 2009

“Chat en sms tasten taalvaardigheid niet aan”

Met deze kop start het Nederlands Dagblad op 28 augustus 2009 een verslag van een lezing van Wilbert Spooren op het 17e IVN-colloquium over zijn onderzoek naar de relatie tussen het gebruik van nieuwe media en taalvaardigheid. Hoewel vaak wordt gedacht dat activiteiten als chatten en sms-en een negatieve invloed hebben op de schrijfvaardigheid van jongeren, is er nauwelijks wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de verhouding tussen het gebruik van nieuwe media en taalvaardigheid en al helemaal niet in het Nederlands. Wilbert is van mening dat het verband tussen gebruik van nieuwe media en taalvaardigheid niet per se negatief hoeft te zijn: " Een nieuwe taal stimuleert de creativiteit. Schrijven in sms-taal vergt taalvaardigheid (..)''.

Aan de hand van een enquête inventariseerde hij hoe intensief middelbare scholieren gebruikmaken van nieuwe media. Daarnaast onderzocht hij de schriftelijke taalvaardigheid van de scholieren door ze een schrijfopdracht te laten maken. De uitkomst: het onderzoek laat geen verband zien tussen het gebruik van nieuwe media en schrijfvaardigheid. Het artikel hierover verschijnt later dit jaar in de Viot2008-bundel (Studies in de taalbeheersing 3. Assen: Van Gorcum).

Het onderwerp spreekt kennelijk aan want berichten erover verschenen ook in Trouw, de Telegraaf, het Algemeen Dagblad en de Leeuwarder Courant.